Hyperventilatie: weg met dat zakje

Ademnood, een racend hart, tintelende handen. Het lijkt veel op een hartaanval, toch is het vaak hyperventilatie. Het eerste wat omstanders denken is het (laten) blazen in een zakje. Een plastic of toch een papieren zakje? Niets van dat alles. Maar wat doe je dan wel?

Wat is hyperventilatie?

Even terug naar de basis. Want wat is hyperventilatie? Het betekent letterlijk ‘te veel ademen’. De persoon ademt sneller of dieper dan het lichaam op dat moment nodig heeft. Normaal regelt de ademhaling zichzelf. Bij hyperventilatie raakt die afstemming zoek. Men ademt alsof er een sprintje wordt getrokken. En dan gaat het mis met de zuurstofbalans in het bloed. De symptomen komen niet door te weinig lucht. Als je ademt haal je zuurstof binnen en adem je koolzuurgas weer uit. Dat koolzuurgas is een afvalstof en speelt daarnaast een rol bij de zuurgraad van je bloed. Adem je te snel dan blaas je te veel koolzuurgas uit. Het gehalte in je bloed daalt en daar krijg je klachten van zoals tintelende handen, hartkloppingen en ademtekort Die symptomen komen dus doordat je te veel ademt.

Klachten en symptomen

De klachten die optreden bij hyperventilatie kunnen bestaan uit tintelingen in handen, voeten of rond mond. Duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd. Een strak of benauwd gevoel op de borst alsof men geen adem krijgt. Hartkloppingen. Wazig zien, een klam gevoel, slappe knieën. Een heel scala aan klachten, vaak niet allemaal tegelijk. Sommige mensen krijgen zelfs het gevoel dat de wereld niet echt is of zijn bang dat ze flauwvallen of doodgaan.

Gevaarlijk?

Hyperventilatie ansicht is niet gevaarlijk. Men gaat er niet dood aan en het hart houdt het prima vol. Maar het kan doodeng aanvoelen. Juist omdat het lijkt op een hartaanval worden mensen er angstig van. En die angst jaagt de ademhaling dan weer verder op. Men komt in een vicieuze cirkel terecht. Veelal is stress is de grote boosdoener.

Wat te doen?

Voorheen was het standaardadvies om in en uit te ademen in een zakje. Dat inzicht is achterhaalt. Wat in ieder geval niet helpt om tegen het slachtoffer te zeggen dat hij of zij rustig moet ademen. Uiteindelijk is dat wel de oplossing, maar…..

De persoon is in paniek. Hoezo rustig ademen? Hoezo? Ik krijg een hartaanval, ik ga dood!

Als hulpverlener moet je zelf rustig blijven. Ga tegenover hem of haar zitten. Probeer te achterhalen of de persoon bekend is met hyperventilatie. Wellicht weten omstanders dit. Zeg dat je de persoon wilt helpen. Dat je ziet dat ze het benauwd heeft. Dat de oplossing is om langzaam en rustig te ademen. Dat je daarbij gaat helpen. Ga vooral niet op dezelfde wijze mee ademen, maar doe het correct voor. Focus op een lange uitademing. Adem drie tellen door de neus en zes tellen uit door de mond. Die lange uitademing is de sleutel. Daarmee komt de verhouding zuurstof en koolzuurgas weer in balans. Zodra het slachtoffer weer ‘gewoon’ ademt verdwijnen doorgaans de klachten.

Als je als hulpverlener dit op straat ziet bij een volkomen vreemde is het lastiger inschatten. Als hulpverlener moet je bij twijfel altijd uitgaan van een mogelijk hartprobleem en medische hulp inschakelen. Beter een keer te vaak gebeld dan een keer te weinig.

Bron: Margriet 41, 8 – 14 oktober 2026